Home / columns-other / Overpeinzingen tijdens het uitvegen van een whiteboard

Overpeinzingen tijdens het uitvegen van een whiteboard

vrijdag 1 augustus 2014

Ik laat mijn gedachtenkronkels altijd veel te lang op het whiteboard staan. Dan kun je ze niet zomaar meer wegvegen. Je moet er opnieuw met een marker overheen schrijven, om de oude gedachten met de nieuwe tekst eroverheen weg te vegen. Het zou een tip van oma kunnen zijn geweest, ware het niet dat zij niet op een whiteboard schreef. Ik denk niet dat zij ooit op een whiteboard heeft geschreven. Ik zie het haar nog niet doen. Ik weet eigenlijk niet of zij überhaupt wel eens iets heeft geschreven. Ik denk niet dat ze er tijd voor had. Had ze tijd om te denken?

Als overleven alles is wat je bezighoudt, is dat een zegen of de hel? Zo sta ik hier, in het topje van de pyramide van Maslow, mijn eigen zelfontwikkeling te overpeinzen. Het is oorlog. En ik heb de luxe.
Ik kies geen kant. Verzet mij tegen het verzet. Sluit mijn ramen, om te voorkomen dat ik meedrijf op de wind. Ik zou een mening moeten hebben, want ik zit boven in de pyramide, ik kan alles overzien en ik heb bovendien twee diploma’s in de kast (ok, de een bewijst dat mijn IQ bovengemiddeld is, de ander dat ik kan zwemmen, maar ik wil alleen maar aangeven dat ik de luxe heb om mij te laten opleiden en dat ik daar gebruik van heb gemaakt). Maar ik heb geen mening. En een oplossing dus al helemaal niet. Niemand heeft een oplossing. Voor ruzies die al te lang bestaan, geldt helaas niet dat je ze met een nieuwe ruzie kan overschrijven en dat je ze dan met één beweging allebei tegelijk van de tafel kan vegen.

Zo sta ik hier in mijn kamer: Ik overschrijf mijn oude tekst en veeg die met mijn nieuwe gedachten
van het bord. Ik heb de luxe: gedachten in overvloed.

Tabula rasa
Carte blanche
opnieuw beginnen
alles kan

Karma, schrijf ik met grote letters in het midden. Daar moet je in geloven, maar ik geloof niet. Ik heb twee diploma’s. Ik zit bovenin de pyramide. Ik kan zwemmen. Ik hoef niet te geloven. Bovendien ben ik wetenschapper. Dus ik zit niet zomaar op de vloer van de bovenste verdieping van de pyramide, maar ik hang zo’n beetje aan het puntje, als een plafondlamp zeg maar. Het is maar goed dat ik kan zwemmen, want ik sta niet vaak met mijn voeten op vaste ondergrond. Niet dat ik zweef, maar ik leef gewoon meer in mijn hoofd dan in de rest van mijn lijf, voeten incluis. Ik koop vaak nieuwe schoenen, in een poging mijn voeten weer eens te voelen, maar dat is dan slechts van korte duur. Want dan moet ik weer denken aan mijn bankrekening, en aan hoeveel ruimte er nog is in de kast voor nóg een paar schoenen en aan hoe belachelijk het is dat ik zoveel schoenen heb, terwijl de mensen onderin de pyramide misschien nog niet eens voeten hebben, laat staan schoenen.

Ik geloof het dus niet, maar ik voel het wel: karma. En als ik er over nadenk, en dat doe ik dus, dan kan ik de logische keten wel sluiten. Zonder het effect aan te tasten, kan ik voor mezelf verklaren waarom ik karma voel. Dat is het mooie aan karma, het is niet altruïstisch, je doet het voor jezelf. Ik hoorde gisteren op de radio over een onderzoek dat had uitgewezen dat vrouwen die eicellen doneren, dat niet doen voor het geld. Dan vraag ik me af: hebben ze de hersenactiviteit gemeten terwijl die vrouwen negenhonderd euro in hun hand gedrukt kregen? Heeft ook maar één van die vrouwen de negenhonderd euro teruggegeven, of aan een goed doel gedoneerd? En als iemand blijkbaar heeft besloten dat dit een dienst is waar je negenhonderd euro voor krijgt, wat is er dan mis mee als je het voor die negenhonderd euro doet en niet uit liefde voor de kinderloze medemens?

Het is een truuk. Als je maar vaak genoeg op vragenlijsten invult dat je het echt niet voor het geld hebt gedaan, dan ga je het vanzelf geloven. Wij geloven in ons eigen gedrag. Probeer maar eens een pen tussen je tanden te klemmen zonder hem met je lippen aan te raken. Het beste anti-depressivum; volgens de signalen van mijn gezichtsspieren ben ik aan het lachen, dus dan zal ik wel vrolijk zijn. Als ik de wereld positief benader, dan zal de wereld mij positief benaderen. De sleutel tot geluk: karma. Je hoeft er niet in te geloven. Als je het maar vaak genoeg toepast, dan komt de rest vanzelf.

Ik kijk hoe het woord op het whiteboard opdroogt, de marker tussen mijn tanden geklemd. Dopamine stijgt naar mijn hersenen: IK HEB DE OPLOSSING! Ik ren naar mijn laptop om mijn gedachten met de wereld te delen. De voorpagina van Nu.nl staat nog open en schreeuwt terug: HET IS NOG STEEDS OORLOG! Ik zoek naarstig naar de marker die zojuist uit mijn mond is gevallen, maar het mag niet meer baten. De illusie is weg. Maar ik krijg het woord niet meer uitgeveegd.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *