Home / Over mij

Over mij

‘Kun je je even voorstellen?’

Ik word altijd zenuwachtig van die vraag. Dat komt door het woordje even. Vaak is het ook onderdeel van een voorstelrondje. Daarvan krijg ik bij voorbaat al een schuldgevoel. Dan wil ik het liever maar helemaal overslaan, want er moet ook nog tijd overblijven voor de rest.

Ik kan mij niet even voorstellen. Voorstellen kan ik mij wel, maar niet even. Want geen mens is een eiland, toch? Hoe vat ik een persoonlijkheid samen die is gevormd door interacties met zoveel andere persoonlijkheden? Gebouwd op een fundering van liefde en trauma, heen en weer geslingerd tussen wens en werkelijkheid, onderhevig aan hormonale huishouding, politieke voorkeuren en de begrenzing van het menselijke bevattingsvermogen?

Voorstellen kan ik mij, dat ik iemand anders ben, op een andere plek, in een andere werkelijkheid. Stel je voor dat we dat eens zouden doorgeven in een voorstelrondje: ons voorstellingsvermogen. Is dat niet waar voorstellen eigenlijk over zou moeten gaan?

Wie ben ik?

Ik groeide op in een klein dorp dat groter werd in mijn fantasie. Waar mijn andersbedrade brein mij eenzaam maakte. Ik zou willen zeggen dat ik het ontvlucht ben, maar de waarheid is dat ik ben weggepest. Ik kon niet anders.

Ik wilde schrijver worden en uitvinder. Het idee dat je zou moeten kiezen vond ik beklemmend. Dus werd ik het allebei: parttime ‘uitvinder’ (onderzoeker) naar de toekomst van een samenwerking tussen mens en Artificial Intelligence en parttime schrijver (slash theatermaker slash spoken word artiest slash …)

Ik wilde nooit moeder worden.

Totdat ik het wel wilde.

Maar het niet lukte. En niet lukte. En niet lukte….

En toen wel.

Ik aanschouw met verwondering onze absurde worsteling om van identiteit iets tastbaars en blijvends te maken alsof we water proberen te omhelzen, alsof we aardverschuivingen willen bijeenhouden met een pincet, alsof iemand over vijf jaar mijn kind nog gaat herkennen van de foto op haar identiteitskaart die drie keer over moest omdat mijn handen op haar rug en buik niet zichtbaar mogen zijn.

Ik probeer ook alleen maar iets achter te laten.

Ik ben nietig                                                                                                                                     zonder jou

Mand

Wat maak ik?

Ik word altijd zenuwachtig van die vraag. Nee, dit is geen copy-paste foutje, van deze vraag word ik ook zenuwachtig. Het idee dat ik maar één ding zou mogen maken vind ik namelijk beklemmend, maar door het feit dat ik verschillende dingen maak, worstel ik met het formuleren van een coherent en waarheidsgetrouw (en uiteraard: beknopt) antwoord op deze vraag.

Alles wat ik maak, welke vorm het ook krijgt, wordt gedreven door mijn eigen kwetsbaarheid en is altijd een zoektocht naar verbinding, met anderen, met mijzelf, met de wereld.

Zoals je in mijn missie en visie kan lezen, speelt fantasie een grote rol in mijn werk en omdat tekst als vorm de meeste ruimte biedt aan de fantasie, werk ik in de basis altijd vanuit tekst. Ik zoek daarin wel naar uitingsvormen die de zintuigen prikkelen, zodat je brein in een toestand van paraatheid terecht komt om zijn eigen fantasie te gaan gebruiken.

Denk daarbij aan:

Missie van Artiest en Maker Monique Hendriks

Waarom ik geen politicus geworden ben…

Alle kinderen zijn wereldverbeteraars. De een wil daarom dokter worden, de ander politieagent. Ik wilde verhalenverteller worden. Verhalenvertellers zijn de ultieme wereldverbeteraars. Zij worden namelijk niet beperkt door de wetten van de werkelijkheid.

Kunnen ze de werkelijkheid wel beïnvloeden dan? Verhalenvertellers genezen geen ziekte, ze beschermen je niet tegen overvallen, ze schrijven geen wetten die ervoor zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt.

Verhalenvertellers prikkelen de fantasie. Ze kunnen een gevoel van verwondering veroorzaken, zoals we dat nog kennen uit onze kindertijd. In dat gevoel van verwondering bestaat er geen oordeel. En waar geen oordeel is, daar ontstaat een mogelijkheid om over verbrande bruggen te lopen.

In de realiteit moeten we overleven. Om te overleven moeten we handelen. En om te handelen, moeten we de dingen indelen in ja en nee, zwart en wit. In onze fantasie vinden we de vrijheid om nieuwsgierig te zijn naar misschien, om het grijze gebied te verkennen.

Zo kan het gebeuren dat een nee een ja wordt.

Als artiest en maker richt ik mij daarom vooral op het prikkelen van de fantasie. Authenticiteit vind ik daarbij belangrijk, maar het is nooit mijn verhaal alleen. Daarom schrijf ik associatief, zoek ik verbindingen met het tastbare en richt ik mij met name op de ervaring van datgene wat ik maak. Dat uit zich bijvoorbeeld in het concept van een 3D dichtbundel in een View-Master, de audio ervaring van een poëtisch hoorspel, een novelle met tekeningen die je bekijkt met een 3D brilletje en de theatrale invulling van mijn poëzievoordrachten.

Visie van Artiest en Maker Monique Hendriks

De functie van een verhaal…

Ik ben er van overtuigd dat het blijven uitdagen van onze fantasie de sleutel vormt tot de overleving van de mensheid. Met onze fantasie kunnen we ons verplaatsen in een ander en kunnen we ons voorstellen hoe de toekomst eruit gaat zien, of hoe die eruit kán zien.

Teksten vormen de ultieme uitdaging voor onze fantasie, omdat we er zelf de zintuiglijke ervaringen bij moeten bedenken. Daarom is het van cruciaal belang dat verhalenvertellers teksten blijven gebruiken, naast de huidige en toekomstige multimediale presentatievormen die veel meer hapklare ervaringen bieden. Om echter te kunnen concurreren met de moderne en toekomstige multimediale wereld, moet een schrijver andere presentatievormen verkennen dan alleen het pure geschreven woord.

Mijn ambitie om te concurreren met de hapklare ervaring die bijvoorbeeld film en virtual reality te bieden hebben, uit zich in het creëren van ervaringen die intrigeren, maar van de lezer/luisteraar/kijker verwachten dat zij er zelf nog een stukje persoonlijke invulling aan geeft.

In die zin beschouw ik taal, zowel in de vorm van proza als in de vorm van poëzie, als een kunstvorm die zich zoals elke andere kunstvorm niet alleen richt op het rationeel begrijpen van de wereld, maar ook op de emotionele ervaring van het menszijn. Daarin heeft taal, in tegenstelling tot andere kunstvormen, last van de barrière dat het in eerste instantie bedoeld is als communicatiemiddel. Een tekst is meestal bedoeld om een boodschap over te brengen die één op één van zender naar ontvanger moet reizen. Wanneer wij met een tekst worden geconfronteerd, zullen we automatisch proberen met onze ratio te begrijpen wat de schrijver ervan bedoeld heeft. Maar dit is (meestal) niet hoe kunst werkt.

Dit één op één begrijpen van teksten leren we op school. Wellicht verleren we daarmee een stukje kinderlijke verwondering. Daarom is mijn werk gericht op het terugvinden van de kinderlijke verwondering, gecombineerd met volwassen verhalen en volwassen taalgebruik, om ons eraan te herinneren wat de functie van verhalen is: onze fantasie gebruiken om een wereld voor ons te zien die (nog) niet bestaat. Oftewel: hoe het anders zou kunnen!

Ik doe dit door taal te combineren met andere uitingsvormen, zoals theater, film, audio/muziek, beeldende kunst, zonder echter de taal te vervangen door of aan te vullen met een hapklare ervaring. Er moet ruimte overblijven voor de fantasie. En er moet ruimte ontstaan om de ratio even los te laten, om even opnieuw in contact te komen met een bewustzijn van alle potentie die je als mens in je hebt om de toekomst zelf vorm te geven.