Met zijn penseel zet de kunstenaar een symbool neer dat voor iedereen iets anders betekent, maar dezelfde functie heeft: de fantasie te prikkelen. Zo creëren verhalen een droom-wereld die er voor eenieder anders uit ziet en anders voelt. Door taal te gebruiken om beelden en gevoelens te beschrijven gun je iedere lezer zijn eigen droom. Dat is wat verhalen voor
mij al van jongs af aan zijn: voeding voor dromen. Dromen die het leven zin geven. En wat kan de zin van het leven anders zijn, dan je leven zin te geven?

Labels

Laatste berichten

Ik ben je nieuwe telefoon, aangenaam

AI Blog (Cognito) - dinsdag 28 december 2010

Stel je voor je loopt door het Boijmans van Beuningen museum en je ziet het schilderij Strahlenlinien van Wassily Kandinsky hangen. Je blijft even staan, onder de indruk. Naarmate je langer naar het werk kijkt voel je je steeds rustiger worden. Hoewel het doek erg kleurrijk is, heb je toch het idee dat het een beetje verdriet uitstraalt. Je wordt er stil van. Dan hoor je ineens uit je broekzak de woorden: “Mooi schilderij, hè?” Je haalt je telefoon uit je zak en antwoord: “Ja, ik vind het echt prachtig.” “Verderop hangt nog een ander schilderij van dezelfde artiest. Grosse Studie. Dat moet je ook echt gaan bekijken, daar ga je je juist vrolijk en energiek door voelen. Wist je trouwens dat Kandinsky synestheet was? Hij kon geluiden als kleuren zien. Hij was gefascineerd door de emotionele kracht die muziek bezit, omdat het niet verwijst naar iets bestaands in de wereld. Daarom is hij ook abstracte schilderijen gaan maken, omdat die een grotere emotionele kracht uitstralen, doordat ze niet iets bestaands uitbeelden.”[1]

“Goh, interessant”, denk je. Maar hoe weet je telefoon nu dat je dat schilderij boeiend vond, en dat je rust en verdriet voelde terwijl je er naar keek? En hoe weet je telefoon dat de link tussen muziek en beeld je ontzettend interesseert? Hij had immers een hele bulk aan informatie kunnen uitspugen over Kandinsky, maar hij koos ervoor juist dit kleine stukje uit zijn biografie met je te delen. Vreemd, of niet?

Dat valt wel mee. Als we de telefoon uit het bovenstaande verhaal vervangen door je beste vriend, dan is het ineens een stuk minder opvallend dat deze vriend begreep dat je dit schilderij mooi vond, wat je er bij voelde en dat je ook geïnteresseerd bent in muziek. Toch heb je deze vriend ook nooit letterlijk verteld wat je van het schilderij vindt, wat je er bij voelt en hoe diep je liefde voor muziek is. En je bent geen vrienden met Uri Geller; deze vriend kan je gedachten niet zien. Maar hij weet blijkbaar wel wat je denkt. Hij kan als het ware je gedachten lezen. Sterker nog, dat kunnen we allemaal. Er is niets bovennatuurlijks aan.

Rond ons vierde levensjaar leren we dat de gedachten van een ander kunnen verschillen van die van onszelf. Wanneer je een kind dat nog geen vier jaar oud is onder toezicht van zijn favoriete teddybeer een rode knikker in een luciferdoosje laat stoppen, vervolgens zijn teddybeer de kamer uit stuurt en de rode knikker in het luciferdoosje vervangt door een groene knikker en je vraagt het kind dan: “Als Teddy dadelijk weer terugkomt en we vragen hem welke kleur de knikker in dit doosje heeft, wat zegt hij dan?”, zal het kind waarschijnlijk “groen” antwoorden. Dit kind is nog niet in staat om gedachten te lezen. Maar vanaf ons vierde levensjaar begrijpen wij dus al dat Teddy net als wij gedachten heeft, maar dat die niet per se gelijk zijn aan de onze. We begrijpen dat Teddy denkt dat de knikker rood is, omdat hij niet heeft gezien dat we de rode knikker hebben verwisseld met een groene. De zogenaamde Theory Theory stelt dat we door op een slimme manier te redeneren over zaken als wat de ander ziet, wat hij zegt, hoe hij zich gedraagt en wat we in het verleden al over hem te weten zijn gekomen, zijn gedachten kunnen achterhalen. [2]

Dat klinkt erg logisch, maar het kan niet het hele verhaal zijn. Hoe kunnen we immers nog plezier beleven op een feestje als we voortdurend moeten beredeneren wat er omgaat in de hoofden van de andere feestgangers? Als we een goede vriend verdrietig zien kijken naar een meisje dat met een andere jongen aan het dansen is weten we meteen wat er aan de hand is, dat is geen hogere wiskunde. Sterker nog, we voelen zijn verdriet. Het is alsof we ons verplaatsen in zijn schoenen. Als we dat doen is het heel simpel om te achterhalen wat hij denkt: je hoeft je alleen maar te bedenken wat je zelf zou denken als je in zijn schoenen zou staan. Dit is wat de Simulation Theory voorstelt; we kunnen de gedachten van een ander simuleren door onze eigen hersenen te gebruiken, door ons te verbeelden dat we onszelf in zijn situatie bevinden en te bedenken wat onze eigen plannen, wensen en gevoelens dan zouden zijn.

Met behulp van deze twee theorieën, Simulation Theory en Theory Theory, kunnen we een verklaren hoe je vriend in staat was je gedachten te lezen. Met behulp van Theory Theory kon hij beredeneren dat je erg van muziek houdt, omdat je vaak naar muziek luistert. Met behulp van Simulation Theory kon hij bedenken dat je dit schilderij boeiend vindt, je blijft immers een tijdje naar het schilderij staan kijken en als hij zelf een tijdje naar een schilderij blijft kijken, dan doet hij dat omdat hij het boeiend vindt. En terwijl hij daar staat te kijken naar jou, terwijl jij gefascineert naar het schilderij kijkt, hoort hij je ademhaling vertragen, hij ziet je gezichtsspieren ontspannen en hij ziet dat je een brok in je keel moet wegslikken. Hij stelt zich voor dat zijn eigen ademhaling vertraagt, dat zijn gezichtsspieren ontspannen en dat hij moet slikken en voelt daardoor jouw rust en verdriet met je mee. In dit verhaal kunnen we je vriend weer vervangen door je telefoon.

Er is echter een kleinigheidje waar we wel rekening mee moeten houden. Net als je vriend, kan je telefoon het wel eens mis hebben. We zien immers niet letterlijk de gedachten van een ander; we gebruiken ons eigen brein om de inhoud van een ander brein te reconstrueren. Hoe wij de daden van een ander interpreteren is afhankelijk van onze eigen ervaringen en van hoe goed we iemand kennen. Een toevallige passant met een agressieprobleem die je vertraagde ademhaling hoort en ziet dat je stilstaat, je gezichtsspieren ontspant en iets wegslikt, zal waarschijnlijk eerder denken dat je probeert jezelf te kalmeren omdat je kwaad bent op je vriend, dan dat je staat te genieten van een rustgevend en triest schilderij. Net als van de mensen om je heen zal je dus ook van je gedachtenlezende telefoon moeten accepteren dat hij wel eens inschattingsfouten maakt en je zult hem de kans moeten geven om je te leren kennen. Maar wat je er voor terug krijgt is een telefoon die met je lacht en met je grient.

Deze column is gepubliceerd op de weblog van Cognito Concepts, zie http://www.cognito.nl/weblog/blog/5/Ik_ben_je_nieuwe_telefoon_aangenaam.htm

 


[1]Zie http://www.artchive.com/artchive/K/kandinsky.html

[2]Gebaseerd op een experiment dat onder andere is beschreven in C. Frith and U. Frith. Theory of mind. Current Biology, 15(17):R644-R645,2005.

 

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...